LANDERIJEN
 
In het nieuwe stuk van de Landerijen is men bezig met het inrichten van tuinen, betegeling en bestrating. Huizen staan tot dicht bij het kanaal. De Anaconda fietsbrug is klaar evenals de oprit van de brug over het kanaal. Provisorische wegen leiden naar de rotonde in de Dronter-weg. Joggers en fietsers gaan langs de Oostervaart. Ik ontmoet achter het Oostrandpark een kudde schapen en veel honden.
Ik vervolg m’n weg over nieuwe bruggetjes langs de Langevelderslag en de Koploper naar Residence de Meerkoet en vandaar naar het stadspark en de appartementen van Markzicht.
Het Smedinghuis is bijna af. Tussen essen en accacia’s door bereik ik het centrum, waar net het filmhuis begint. Het is een gaan en komen van individuen en gezinnen bij het station.
Er zitten spinsels in m’n hoofd.
M’n bruine dennetje wordt weer groen, maar er zitten herfstachtige spinsels aan m’n balkon-stoelen. Ik droom dat ik een slechte brommerrijder ben, maar ik fiets alleen maar. Ik ga van ruilverkaveling naar overstroming in de boeken die ik lees. Joggers gaan me voor, fietsers halen me in. Ik voel me wat korzelig soms onwillige tweede zoon, dan weer zeg ik met frisse moed:  ik zal handhaven.
Tuiniers worstelen met een omheining of met het aanslaan van hun boontjes. Van onder het lommer van de bomen op het stadhuisplein zie ik een witte Rolls Royce. Er lopen een vrijwilliger, een ambtenaar, een man met een pet op en voetbalfanaten. Een postbode kruist het pad van een globetrotter, een verpleegster ontmoet een naamgenoot van Rembrandt.
Een fotograaf is druk doende evenals een bibliothecaresse.
Waterstromen gaan over al opgebroken straten. Vernieuwend geachte hymnen zijn niet meer welkom, de dorre vlakte der woestijnen verdween uit het liedboek van de kerken. Ik speur door in m’n impressionistische kroniek, die af en toe surrealistische vormen aanneemt. .’U moet doorrijden tot een T-splitsing’, meldt een man aan een kudde fietsers. Een brandje bij de Flevocentrale is snel geblust.
Tot een Kafka genootschap is het nooit gekomen. Een heer had wat vage plannen voor een Maarten Toonder museum als u begrijpt wat ik bedoel en een gedeputeerde voelde veel voor Bomans, maar soit. Een dame in paars gaat roeien, er klinkt een enge stem en er scheert een ligfietser voorbij. Het meest bevreemdende en verontrustende blijft nog dat mensen niets zeggen of je aantoonbaar niet willen zien.
Royces, Rovers en Jaguars verlaten het stadhuisplein. Een dag later feest men nog na. En dan moet het wereldkampioenschap nog beginnen. Iemand loopt met een schilderij over straat, maar houdt de voorkant stevig tegen haar zij. Zichtbaarheid is toch je ware. Jong oranje neemt vast een voorschot en een voorzet is snel gegeven. Alles is in allen, allen zijn een klein heelal, majesteit.
 
© Gerhard Jansen 2006

 Home  Navigeren  Dichters  Galerieën  Foto's  Links