|
AANZICHT
De vierdaagse sluit en de burgemeester
uit veel hartelijks. Petrus en Paulus fungeren in hun eigen
evangelie, maar ze pikken de boodschap op. M’n neus lijkt op die
van Da Vinci, maar ik ga niet de Da Vinci-code bestuderen. Per
maand vindt er meer verandering plaats dan bij de hele
ruilverkaveling van vijftig jaar geleden, waar ik over lees. Er is
allerzijds aandacht voor voetbal. ‘Help!’, zeg ik.
Ik bespeur vergankelijkheid en vergaan met de bijbehorende weemoed
en wind. Een bruine hond en een wit schaap komen me goedendag
zeggen, een paard en twee pony’s grazen rustig door. Een dame
omzeilt een grote hond en trekt wat met haar mond. Ik snoei de
bruidssluier en zie de boontjes uit de grond komen. Jonge ganzen
worden door hun ouders in het gareel geschopt, maar blijven
daarbij vrolijk piepen.
Paadjes in het Zuigerplasbos liggen bezaaid met jonge takken. De
allochtoon die hier al zo lang woont loopt over van
vriendelijkheid en een directeur heeft z’n fiets laten staan om
een wandeling te maken. Ik voel me meer bont dan hond en neem dan
ook een bakje kibbeling. De bibliotheek houdt een lokale
gezondheidmarkt en de Groene velden geven open dag na-ijsheiligen.
‘Later’, hoor ik veelvuldig. De bosviooltjes bloeien op m’n
balkon. Waar zijn de gouden bergen, waar blijft de zon? Een
ongeluk zit in een klein hoekje en een dichter gaat krap door de
bocht. Een wethouder gaat fietsen met z’n vrouw,
lange-afstandsfietsers worden naar het spoor verwezen en krijgen
daarna een lekke band. Er is een ketting van oorzaken. Het meisje
met de parel weet ervan.
Deze stad heeft een eigen gezicht, maar erboven zie ik de lucht
van het gezicht op Delft. Iemand aan de overkant legt inmiddels
een straatje en ik veeg de goot op mijn balkon. Ruwe stormen mogen
woeden, maar schoonheid is mij een bron van vreugd die me
eindeloos verheugt. Een dichteres publiceert ongegeneerd over het
ouder worden. Ze biedt haar bundel aan aan de koningin.
Geen grote prekers met evangeliewoorden of malafide guru’s, maar
beschermengelen zijn overal. De wind huilt, maar er naderen geen
apocalyptische ruiters. Ik schaf een nieuwe gasaansteker aan, want
de oude was uitgeflitst. Er ontstaat weer een staat binnen Europa.
Of het een lidmaat van de EU wordt valt nog te bezien. Rock ’n
roll overheerst het Eurovisie- songfestival, analoge televisie
verdwijnt.
Ik zie een vlaggetje dat aangeeft, waar een scheepswrak lag en een
leeg terrein waar een school stond. Ik zie de nok van het dak van
het Smedinghuis in herbouw en de felle kleuren van de nieuwe Agora,
die dicht is op een paar kleine openingen na. Achter de horizon
ligt meer dan Almere. Ik zou van Boulder naar Birmingham kunnen
lopen en een ring van vuur zien boven de Grand Canyon.
© Gerhard Jansen 2006
|
|